English
Het Woord voor De Week
September 2016 (1)
De eerste zendingsopdracht - Zac Poonen
(First Missionary Outreach)

In Handelingen 13 lezen wij over de eerste grote zendingsbeweging vanuit Antiochië. Barnabas en Paulus, die met het geld uit Antiochië naar Jeruzalem gegaan waren, hadden van de indrukwekkende invrijheidstelling van Petrus gehoord en waren hierdoor zeer gedreven. Zij waren naar Jeruzalem gekomen om de mensen materieel te zegenen, maar ontvingen zelf geestelijke zegeningen in het ervaren wat gebed mogelijk maakt. “Iemand die zijn gaven over anderen uitgiet, zal van het goede worden voorzien” (Spreuken11:25).

Toen zij in Antiochië terug kwamen vertelden zij de oudsten wat gebed voor uitwerking kan hebben door God te aanbidden in bidden en vasten (Handelingen 13:1-2). Zij aanbaden God, terwijl zij nergens om vroegen. Het is heerlijk om te vasten en alleen te aanbidden. Toen sprak God tot hen door te zeggen: “Zonder voor Mij zowel Barnabas als Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb” (Handelingen 13:2). Het is niet helemaal duidelijk hoe God tot hen sprak behalve dat het gebeurde door een diepe overtuiging in hun geest door de Heilige Geest.

Dit is niet het moment dat God Saulus en Barnabas geroepen had, dat was al eerder gebeurd. Wanneer God iemand roept dan gebeurt dat altijd eerst persoonlijk en privé. Later kan dat publiekelijk bevestigd worden, zoals dat hier gebeurde. Ga er echter nooit van uit dat God tot u spreekt wanneer iemand tegen u zegt “zo spreekt de Heere, ga daar of daar naar toe” of ‘trouw met die of die persoon”, enz. Dit soort woorden en opmerkingen moet u in de vuilnisbak gooien, waar ze thuishoren. Het zal altijd iets zijn wat Hij al persoonlijk tegen u heeft gesproken. Saulus en Barnabas hadden de oproep al gehoord. Zij dachten erover na toen, in een gebedssamenkomst, de oudsten God hoorden spreken: “Zonder voor Mij zowel Barnabas als Saulus af voor het werk waartoe Ik hen (al eerder) geroepen heb.” Saulus en Barnabas hadden rustig afgewacht totdat medebroeders God hierover ook hadden horen spreken – en zij werden door hun medebroeders (oudsten) uitgezonden. Dit is de wijze waarop een bediening in het nieuwe verbond in zijn werk gaat – tegengesteld aan het oude verbond waar profeten uit zichzelf op weg gingen wanneer zij de indruk hadden dat God hen geroepen had.

Op 6 mei 1964 werd ik door de Heere geroepen om full time christelijk werk te gaan doen. Ik werkte destijds voor de Indiase marine en was op vakantie waar ik deelnam aan samenkomsten van een evangelisatieteam. Toen ik de Bijbel las, riep God mij overduidelijk vanuit Jesaja 49. Er zat toen niemand naast mij die kon weten wat God tot mij gesproken had. Het was een persoonlijk oproep in privéomstandigheden. Toen ik een uur later over Gods oproep aan het mediteren en overdenken was, waarbij ik overwoog om ontslag te nemen bij de marine, kwam een man Gods (die ik meer dan wie dan ook in India respecteer) bij mij en vroeg aan mij: “Wanneer denk jij de marine te verlaten?” Het was voor mij een verbazingwekkend profetisch woord, maar wel een bevestiging van buitenaf van datgene wat God binnen in mij daarvoor gesproken had.

Wanneer God u roept dan zal Hij dat eerst aan u zelf laten weten. Daarna zal er een bevestiging komen van andere godvrezende oudsten, broeder(s) of persoon, maar altijd nadat u persoonlijk een oproep hebt ontvangen. Dit is de wijze waarop wij het zien gebeuren in het Nieuwe Testament.

In Handelingen 13 vers 36 kunnen wij lezen dat “Nadat hij (David) de mensen van zijn tijd volgens de wil van God had gediend, is hij gestorven”. Wij zijn geroepen om onze generatie te dienen door Gods wil te doen. Wees er dus van overtuigd dat u alles doet wat God van u vraagt voordat u deze aarde verlaat. Om dat te doen moet u een persoon zijn als David van wie God kon zeggen, “een man naar Mijn hart, die altijd zal doen wat Ik hem vraag” (Handelingen 13:22).

   
Index | Contact

© Copyright - Christian Fellowship Church , Bangalore. (INDIA)