|
De menigte stonden verstelt van Jezus prediking, omdat zij een duidelijk verschil ervaarden met de wijze waarop de schriftgeleerden hen vele jaren hadden onderwezen. De schriftgeleerden hadden veel kennis. Maar Jezus had zelfs meer kennis dan zij hadden. Echter was het Zijn gezag waarmee Hij sprak dat indruk maakte op zijn toehoorders, niet Zijn kennis (Matt. 7:29). Als we alléén kennis hebben maar geen geestelijk gezag in onze bediening, zullen we zoals de schriftgeleerden zijn. God bevestigde de woorden die Jezus sprak. Dit betekent het om met geestelijk gezag te spreken.
Jezus legde zijn discipelen in Johannes 15:26, 27 uit dat de Heilige Geest getuigenis zou geven samen met hen. Dit betekende dat de Heilige Geest getuigenis zou geven aan het woord wat zij spreken zouden. Het is ook mijn diepe verlangen dat mijn bediening altijd zo zal zijn. Dat als ik getuig en spreek van Jezus de Heilige Geest ook getuigenis geeft aan wat ik zeg. Hij is het die tot het hart van mijn toehoorders moet spreken, bevestigende "luister goed, dit komt van God". Dan spreek ik met Goddelijke gezag. Als ik echter een heel accuraat getuigenis geef, een nauwkeurige boodschap over Jezus en de Heilige Geest geen getuigenis verleent aan mijn woorden, zal ik beslist geen dwaalleraar genoemd worden omdat al mijn leerstellingen volgens het evangelische gedachtegoed zijn. Maar toch…. zou ik dood bedienen en geen leven.
Een van de grootste noden in de gemeente en kerken van vandaag de dag is de aanwezigheid van geestelijk gezag in de bediening van de leiders. Geestelijk gezag is totaal iets anders dan religieus gezag. Wat we gewoonlijk om ons heen zien in het christendom is religieus gezag, waarin sterk leiderschap heerst over de kudde.
Het is gemakkelijk om macht uit te oefenen over mensen als we Gods woord prediken. Mensen waarderen onze bediening omdat zij er door geholpen worden. Zo wordt het voor ons makkelijk om voor hen die ons waarderen kleine godjes te worden. We moeten ten alle tijde grote vrees hebben voor dit gevaar. We mogen nooit gebruik maken van het gezag dat onze gave ons geeft over anderen. We moeten nooit proberen om het leven van anderen te bepalen. Als we toch merken dat ze zich binden aan ons, moeten we ze vriendelijk leren om zichzelf te hechten aan de Heere - voor hun eigen bestwil en voor hun geestelijke groei. Onze roeping is om het lichaam van Christus op te bouwen en niet onze eigen koninkrijkjes.
Dit is de weg tot geestelijk gezag. Paulus had zulk een geestelijk gezag van God ontvangen dat hij iemand in de gemeente van Korinthe kon over leveren aan satan tot verderf van zijn vlees opdat de geest van die man behouden zou worden (1 Kor. 5:5). Deze man keerde later met berouw terug tot de gemeente. Paulus was de vader uit wie deze gemeente ontstaan was. Zulke vaders hebben een zodanig geestelijk gezag die niemand anders kan uit oefenen. De apostelen hadden Goddelijk gezag van de Heere ontvangen om mensen op te bouwen. Dit is het type liefdevol gezag dat wij nodig hebben. We zien een dergelijk geestelijk gezag op vele wijze functioneren in het leven van Paulus, die voor ons een geweldige uitdaging zijn.
De discipelen hebben Jezus 3 ½ jaar gade geslagen en hebben gezien hoe totaal anders Hij was dan de leiders en predikers die zij kende uit de synagogen. Zij hadden nog nooit iemand ontmoet die leefde zoals Hij leefde of sprak zoals Hij sprak. Hij had gezag in Zijn leven én in Zijn bediening. Totdat zij Jezus ontmoet hadden, hebben zij gedacht dat geestelijke bediening was zoals ze dat gezien hadden van hun priesters en oudsten in de synagogen. En als zij Jezus nooit gekend hadden, zouden zij deze priesters en oudsten tot hun voorbeeld hebben gemaakt tot navolging. Wat onze jonge mensen nodig hebben zijn goede voorbeelden om na te volgen. Het is onze verantwoordelijkheid om deze voorbeelden te zijn, als mensen met geestelijk gezag.
Vertaling: Gerard Schröder
|