English
Het Woord voor De Week
4. Juli 2009
Ons voorecht in het Nieuwe Verbond - Zac Poonen
(Our New Testament Privilege)

In Mattheüs 6:9 leert Jezus ons te bidden: "Onze Vader, Die in de hemelen zijt". De Israëlieten hebben God nooit hun Vader kunnen noemen. Deze aanspreektitel werd voor het eerst door Jezus gebruikt. Het was deze aanspreektitel die Jezus voortdurend gebruikte in Zijn eigen gemeenschap met Zijn Hemelse Vader. We beseffen nog te weinig welk een voorrecht wij hebben dat wij God onze Vader kunnen noemen.

In het Oude Testament, leerde God de Joden Zijn ontoegankelijk heiligheid door het voorhangsel als scheiding aan te brengen in de tempel, waarachter het Heilige der Heilige zich bevond, waar God woonde. In dit gedeelte kon iemand binnengaan, behalve éénmaal per jaar de Hogepriester. Als u 2500 jaar gelden naar deze Joden was toe gegaan en hen had verteld dat er een dag zou komen waarop God de weg tot Zijn tegenwoordigheid zou openenen om die met vrijmoedig binnen te kunnen gaan, zouden ze het als onmogelijk hebben beschouwd.

En toch is dit het voorrecht dat ons wordt aangeboden vandaag de dag onder het Nieuwe Verbond. Het voorhangsel is gescheurd zodat we vrijelijk kunnen toetreden in de tegenwoordigheid van onze Vader; en we mogen en kunnen hem aanspreken met "Vader". We moeten het Oude Testament lezen zodat we de voorrechten die wij bezitten onder het Nieuwe Verbond voldoende leren waarderen.

Gods vaderhart zien we zo mooi in de gelijkenis van de verloren zoon. De zoon komt terug nadat hij alles van zijn vader verspild had en bovendien zijn vaders naam te schande had gemaakt. Maar zodra de vader hem ziet rent hij naar hem toe en omarmd hem. Hier zien we een beeld van God als Vader. Het is de enige plaats in de Bijbel waar we God getypeerd vinden als rennende - en dit om een zondaar met berouw te omarmen (Luk. 15:20)!

Zo heeft Jezus God aan de mensen voorgesteld. Hij wilde de verkeerde denkbeelden van God uit hun gedachten wegnemen, die de leer van de schriftgeleerde en farizeeërs hen gegeven hadden.

Toen Maria Magdalena, na de opstanding, Jezus bij het graf ontmoet, zei Jezus tot haar: "Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader" (Joh. 20:17). Door de dood en opstanding van Christus, zijn Zijn discipelen in een relatie met God binnen gebracht die nooit daarvoor heeft bestaan. Nu konden ze God hun eigen Vader noemen. Zoals een kind op vaders schoot kan zitten, kan de mens nu net zo'n diepe relatie met God hebben. Velen hebben het verkeerde beeld van God de vader als een erg streng persoon en dat het alleen Jezus is Die van hen houdt. Dit is een satanische verdraaiing van de waarheid. Het was de liefde van de Vader die Jezus zond om ons te redden van onze zonden. Jezus vertelde Zijn discipelen: "de Vader Zelf heeft u lief" (Joh. 16:27). Hij vertelde hun ook dat zoals de Hemelse Vader de vogels voedt en de bloemen bekleed, Hij zeer zeker ook voor hun zou zorgen. Er was geen reden voor hen om zich bezorgd te maken, omdat hun Hemelse Vader al hun noden kent (Matt. 6:26-34).

Hij maakte ook duidelijk dat als aardse vaders goede gaven wisten te geven aan hun kinderen, hun Hemelse Vader des te meer ook goede gaven weet te geven aan Zijn kinderen (Matt. 7:11).

Nu kunt u zeggen, dit klinkt allemaal zeer elementair. Toch is het zo dat vaak als wij tot God in gebed gaan, wij niet écht geloven dat God onze gebeden beantwoordt, omdat we kennelijk niet zeker zijn van Zijn bewogen, liefdevolle, vaderlijke zorg voor ons. Zo hinderen wij God door ons ongeloof. Gelooft u werkelijk dat wanneer u bidt, u spreekt tot een liefdevolle Vader, Die er een vreugde in heeft u te horen en Die voor u zorg draagt?

Sommigen van ons hebben het gevoel dat God hen alleen hoort als zij een meer volwassen christen zijn. Hoe werkt dat bij een aardse vader? Als hij een aantal kinderen heeft, luistert hij dan meer naar zijn 20-jarige zoon dan naar zijn 3-jarig dochtertje? Verteld hij zijn kleine dochter: "Je bent echt nog te jong om tegen mij te praten. Ik kan echt niet naar je luisteren"? Waarschijnlijk is de vader zelfs meer geneigd om naar zijn jonge dochter te luisteren dan naar de oudere kinderen. En zo is het ook met God.

Hij zegt: "Want zij allen, van klein (de jongste) tot groot (de oudste) onder hen, zullen Mij (als Vader) kennen" (Hebr. 8:11). Ziet u dat de jongste hier als eerste genoemd wordt! Zelfs als u pas gisteren wederom geboren bent, kunt u tot God komen met vrijmoedigheid en zeggen: "O God, U bent mijn Vader, ik ben Uw kind, en daarom heb ik het voorrecht om tot U te spreken". Dit is de wijze waarop Jezus Zijn discipelen aanmoedigde om tot God te gaan in gebed.

Telkens als wij in gebed gaan moeten wij tot God naderen als een Vader die liefheeft en zorgdraagt, en die aandacht voor ons heeft. Zo alleen ontstaat geloof; en zonder geloof heeft het geen zin om te bidden. God is goed. Hij heeft er een behagen in om Zijn kinderen goede gaven te geven. De Bijbel zegt in Psalm 84:11: "Hij zal het goede niet onthouden aan wie in oprechtheid wandelen". In Psalm 37:4 staat: "Schep vreugde in de Heere, dan zal Hij u geven wat uw hart wenst". Deze beloften in het Oude Testament worden door Jezus in het Nieuwe Testament bevestigd en verduidelijkt samen met nog vele andere beloften.

Dit is het fundament van ons geloof - de bewuste aanvaarding dat God onze liefdevolle Vader is.

Vertaling: Gerard Schröder

   
Index | Contact

© 2009 Copyright - Christian Fellowship Church , Bangalore. (INDIA)