|
Er is een groot verschil tussen "een beroep" en "een roeping". Ik zal
uitleggen wat ik bedoel. Stelt u zich eens voor dat er een ziek kind zich in
het ziekenhuis bevindt en een zuster die dienst heeft zorgt de acht uur van haar
dienst voor dit kind. Daarna gaat de zuster naar huis en daar houdt haar
betrokkenheid met het kind op. Haar zorg om het kind was slechts voor de acht
uur van haar dienst. Thuis heeft ze andere dingen te doen, zoals uitgaan naar
de film of televisie kijken. Ze hoeft niet aan het kind te denken tot het moment
dat ze volgende dag naar haar werk gaat. Maar de moeder van dat kind werkt niet
in ploegendienst! Zij kan niet naar de film gaan zolang het kind ziek is. Dat
is het verschil tussen een beroep en een roeping. Als u dit voorbeeld toepast
op hoe u zorgdraagt voor de gelovigen in uw gemeente, zult u kunnen vaststellen
of u een zuster bent of een echte moeder!
Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 2:7, 8: "maar wij zijn in uw midden
vriendelijk geweest, zoals een voedster (eng.: moeder) haar kinderen koestert,
wij waren zo vol verlangen naar u dat wij u graag niet alleen het Evangelie van
God wilden meedelen, maar ook onszelf, omdat u ons lief geworden was". Paulus
deelde niet alleen het evangelie van God met deze christenen maar ook zijn eigen
leven. Iedere bediening die niet dit kenmerk draagt is geen echte christelijke
bediening. Paulus diende God op deze wijze omdat hij een roeping had. Hij nam
het niet op zich als een beroep.
Het is geweldig om de Heere te mogen dienen. Het is het grootste voorrecht
in deze wereld. Niets op aarde kan daarmee worden vergeleken - maar alleen dan
als er een roeping aan ten grondslag ligt. Het kan niet gereduceerd worden tot
een beroep. God heeft mij geroepen om Hem voltijds te dienen op 6 mei 1964,
toen ik nog een officier was in de Indiase marine. Ik heb toen mijn ontslag
overhandigd aan de marine autoriteiten. Maar het was net zo als toen Mozes de
Farao vroeg om de Israëlieten te laten gaan! De Indiase marine wilde me niet
laten gaan. Het heeft me twee jaar gekost en verschillende nieuwe
ontslagverzoeken voordat ze me uiteindelijk lieten gaan - wonderlijk genoeg -
in Gods volmaakte tijd. Om door God geroepen te zijn, maakt in mijn leven het
grote verschil. Ten allereerste doet het mij er daarom niet toe wat mensen van
mij of mijn bediening vinden, omdat Iemand anders mijn Meester is en aan Hem
heb ik rekenschap af te leggen. Ten tweede kan ik vertrouwen dat God mij
bijstaat en mij genade zal geven wanneer ik tegenstand of moeilijke
omstandigheden ontmoet in mijn bediening - dat regelmatig gebeurt. Ten derde
doet het er mij niet toe of ik geld ontvang of niet en of ik te eten krijg of
niet. Als ik eten en geld ontvang, is dat prima. Als ik geen eten of geld
ontvang, is dat ook prima. Ik kan niet ophouden de Heere te dienen alleen maar
omdat ik geen geld of eten ontvang - omdat het God is Die mij groepen heeft.
Ik kan geen afstand doen van mijn roeping. Ik ben geen werknemer met een
salaris die kan stoppen met zijn werk als hij niet betaald wordt of geen eten
krijgt! Het is zoals in het voorbeeld van de moeder en het kind. De zuster stopt
met werken als haar salaris niet uitbetaald wordt. Maar een moeder zal nooit
stoppen. Zij krijgt nooit een salaris! Ze heeft zorg voor haar baby ook als zij
geen eten of geld ontvangt! Op deze manier hebben de apostelen de Heere gediend.
Wat is het bijzonder om door God geroepen te zijn! U kunt nooit Gods werk doen
op Gods wijze als het slechts beroepsmatig is. Het kan niet anders dan alléén
door een roeping. Elk ander werk in deze wereld kan gedaan worden als een beroep.
Maar niet die van een moeder, vader of die van een knecht van de Heere! Deze
komen voort uit een roeping. Paulus vertelde de christeenn in Korinthe dat ook
al hadden zij tienduizend leermeesters, zij nog steeds maar één vader hadden
(1 Kor. 4:15). Paulus was zowel een geestelijk vader als een moeder voor zijn
schapen. Hij deed dat niet beroepsmatig, maar als een geroepene.
"Ga met dit jongetje en geef het voor mij de borst. Ikzelf zal u uw loon
geven" is wat de Heere tot mij persoonlijk gesproken heeft (Ex. 2:9). Hij heeft
dit tot mij gezegd allereerst met betrekking tot mijn eigen kinderen. Maar Hij
zei het vervolgens ook van mijn geestelijke kinderen. Als wij zorg hebben voor
Gods kinderen is Hij Diegene die verantwoording draagt voor ons inkomen en niet
mensen. Als wij mensen willen dienen, laat ons dan ook ons inkomen van mensen
verwachten. Maar als we de Heere dienen laat ons dan alleen naar Hem opzien om
in al onze noden te voorzien, op een wijze zoals Hij dat goed dunkt. Laat Hem
dan ook uitmaken hoeveel wij ontvangen elke maand. Er is een waardigheid over
een ware dienstknecht van de Heere. "Neem deze kinderen en zorg voor hen namens
Mij" zegt de Heere en "voedt ze voor Mij op en Ik zal u uw loon geven". Dit loon
zal niet vooreerst geld zijn. Ik geloof dat de Heere voor onze aardse noden
zorgdraagt, omdat Hij zelf ons geleerd heeft te bidden voor ons dagelijks brood
en Hij heeft bevolen dat zij die het evangelie prediken er ook van zullen leven.
Zo zal Hij ook in al onze aardse noden voorzien. Maar er is een veel grotere
geestelijke beloning bovendien. Paulus schreef aan de christenen van Thessalonica
dat zij zijn kroon en zijn vreugde zouden wezen bij de wederkomst van de Heere
(1 Thess. 2:19). Hij vond zijn vreugde in hen, net zoals een vader dat heeft in
zijn eigen kinderen.
Een oudste (die een geestelijke vader is) zal zich verheugen als hij
gelovigen ziet die ooit als ruwe bonken in zijn gemeente kwamen, nu mannen van
God geworden zijn. Dit is net zoiets als de vreugde van een beeldhouwer die van
een vormloos stuk steen een beeld van een mens heeft gemaakt. Hij moest vele
maanden allerlei steen weg beitelen, en jaren werken voordat het gezicht en de
uiteindelijk vorm helemaal af waren! Dat is het werk wat God ons te doen heeft
gegeven. We moeten nooit tevreden zijn als we slechts mensen op juiste wijze
onderwezen hebben. Het doel is om de gelijkvormigheid aan Christus te doen
voortkomen.
Vertaling: Gerard Schröder
|