|
"En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de
Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en Hij
sluit en niemand opent: Ik ken uw werken. Zie, Ik heb voor uw ogen een deur
geopend en niemand kan die sluiten, want u hebt weinig kracht en toch hebt u
Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend. Zie, Ik geef u enigen uit de
synagoge van de satan, van hen die zeggen, dat zij Joden zijn en het niet zijn,
maar liegen. Zie, Ik zal maken dat zij zullen komen en zich neerbuigen aan uw
voeten en erkennen dat Ik u heb liefgehad. Omdat u Mijn Woord om te volharden
bewaard hebt, zal Ik u ook bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel
de bewoonde wereld komen zal, om te verzoeken hen die op de aarde wonen. Zie,
Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen. Wie
overwint, zal Ik maken tot een pilaar in de tempel van Mijn God en hij zal
daaruit niet meer weggaan. En Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God en
de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de
hemel van Mijn God, en Mijn nieuwe Naam. Wie oren heeft, laat hij horen wat de
Geest tegen de gemeenten zegt." (Openbaring 3:7-13).
De belofte van de Heere aan de gemeente van Filadelfia luidde: "Ik zal u bewaren
voor het uur van de verzoeking, die over heel de bewoonde wereld komen zal..."
(Openb. 3:10). Hiermee waarschuwde de Heere hen vooraf dat er een tijd van
beproeving zou komen in hun tijdperk (aan het einde van de eerste eeuw of aan
het begin van de tweede eeuw). De gemeente van Filadelfia werd in deze komende
tijden van verzoeking Goddelijke bewaring beloofd. Hoe heeft de Heere hen
bewaard in dat "uur van verzoeking"? Het was zeker niet door hen uit deze wereld
weg te nemen. Zij werden VEILIG BEWAARD TEMIDDEN VAN ALLE BEPROEVING EN
VERZOEKING. Zij ervaarden de beschermende hand van de Heere temidden van alle
verdrukking.
Dit woord is ook voor ons een bemoediging - de Heere zal ook ons op gelijke
wijze beschermen tegen het kwaad in de tijd van de grote verdrukking welke er
zal zijn tijdens de heerschappij van de Antichrist. Hij zal ons zo zeker bewaren
als Hij de gemeente in Filadelfia in de tweede eeuw bewaarde - voor het kwaad
hier op aarde, temeer als we voor Zijn Naam moeten lijden. Jezus heeft gezegd:
"En u zult omwille van Mijn Naam door allen gehaat worden ... wees niet bevreesd
voor hen die het lichaam doden ... en ook de haren van uw hoofd zijn alle
geteld ... er zal beslist geen haar van uw hoofd verloren gaan" (Matt. 10:28,30;
Lukas 21:17, 18). Zelfs gedurende de verdrukking zal geen haar op ons hoofd
verloren gaan zonder toestemming van de Heere. We kunnen geheel in rust zijn.
De Heere verteld vervolgens de gemeente in Filadelfia dat diegene die beproefd
zullen worden in "de uur van verzoeking" hen "die op de aarde wonen" zijn -
mensen die hun leven hier op aarde hebben, wiens denken in beslag genomen wordt
door aardse dingen, die naar rijkdom jagen en de eer van mensen zoeken (Openb.
3:10). Het zijn niet de overwinnaars, die zijn niet aardgezind, want zij
bedenken de dingen die boven zijn.
De Heere roept de gemeente op om vast te houden wat zij hebben totdat Hij komt,
opdat niemand hun kroon zal wegnemen (Openb. 3:11). Het is daarom mogelijk dat
iemand anders de kroon krijgt die God voor ons bestemd heeft. God heeft een taak
en een kroon voor u. Maar als we niet getrouw bevonden worden in onze taak,
zullen we die kroon niet ontvangen. God zal iemand anders opwekken om die taak
te vervullen en die zal uw kroon dragen. Dit kan werkelijk gebeuren. We moeten
dus waakzaam zijn. God had ook een bijzondere taak voor Judas Iskariot in
gedachten, net zoals voor alle andere apostelen van Christus. Maar Judas was
ontrouw. Hij verloor zijn kroon. Iemand anders (wellicht Paulus) vervulde de
taak die voor Judas bedoeld was. Diegene ontvangt de kroon die voor Judas
bedoeld was naast zijn eigen kroon. We moeten vasthouden wat God ons gegeven
heeft. We kunnen het ons niet veroorloven op enig moment deze zaken lichtvaardig
te nemen.
De overwinnaar zal een blijvende pilaar zijn in de gemeente (Openb. 3:12). Dat
betekent dat hij een steun zal zijn voor anderen in de gemeente, hun lasten
dragende. Hij zal een geestelijk "vader" zijn voor anderen. In elke gemeente is
er grote behoefte aan zulke pilaren.
De overwinnaars zullen de naam van God, de naam van het nieuwe Jeruzalem en de
nieuwe naam die de Heere zal geven dragen op hun voorhoofden. Met andere
woorden, het zal duidelijk zichtbaar zijn dat hij een volkomen toegewijde
discipel van Jezus is, waar hij ook gaat. Dit zal betekenen dat hij veracht zal
worden hier op aarde, maar beloont door de Heere bij Zijn komst.
Vertaling: Gerard Schröder
|