|
In Numeri 14:4 lezen we dat de Israëlieten rebelleerden en zeiden: "Laat ons
een hoofd aanstellen en naar Egypte terugkeren". Mozes wierp zich op zijn
aangezicht en hield zich stil. We lezen dat "Mozes en Aäron zich op hun
aangezicht wierpen ten aanschouwen van de gehele gemeente van de vergadering
der Israëlieten" (Num. 14:5).
Hij weigerde zichzelf te verdedigen of rechtvaardigen.
Toen Korach en zo'n 250 andere leiders van Israël tegen het leiderschap van
Mozes in opstand kwamen, lezen we opnieuw dat "toen Mozes het hoorde, wierp hij
zich op zijn aangezicht" (Num. 16:4).
Hij verdedigde zichzelf niet, noch probeerde hij aan zijn positie vast te
houden, noch zijn gezag te laten gelden.
Als zijn eigen zus en broer hem achter zijn rug om bekritiseren en God hen
daarvoor begon te straffen, zien we Mozes opnieuw op zijn aangezicht om God te
bidden dat Hij hen genadig zou zijn. "Mozes riep tot de Heere: O God, genees
haar toch" (Num. 12:13).
Hij was waarlijk tijdens zijn leven de meest zachtmoedige man op aarde. De
Bijbel laat dat zien: "Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens
op de aardbodem" (Num. 12:3).
God kan zich alléén aan zulke mensen toevertrouwen.
Macht en gezag over anderen heeft de tendens om mensen te bederven. Er is
een werelds gezegde: "Macht bederft, en absolute macht bederft absoluut!".
Maar absolute macht heeft Mozes zelfs niet een beetje bedorven. God beproefde
hem keer op keer door dat zijn kudde in opstand kwam. Telkens weer slaagde
Mozes in de beproevig.
Aan geestelijk leiderschap zijn grote gevaren verbonden. Maar gezegend zijn
diegene die zich keer op keer met hun aangezicht in het stof neerbuigen en zo
hun tong terughouden van zelf-rechtvaardiging en zelf-verdediging.
God beloofd aan Zijn knechten dat Hij hen Zelf zal rechtvaardigen en
verdedigen. Hij heeft gezegd: "Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt, zal niets
uitrichten, en elke tong die zich voor het gericht tegen u keert, zult gij in
het ongelijk stellen. Dit is het deel van de knechten des Heeren en hun recht
van Mijnentwege, luidt het woord des Heeren" (Jes. 54:17).
Het is daarom te verkiezen om zulke zaken in Gods hand te laten dan ze zelf
ter hand te nemen. Onze enige taak is om - net zoals Jezus heeft gedaan - onze
zaak op Hem te werpen Die rechtvaardig oordeelt. "Die, toen Hij uitgescholden
werd, niet terugschold en toen Hij leed, niet dreigde, maar het aan Hem overgaf
Die rechtvaardig oordeelt"(1 Petr. 2:23)
Drie keer staat er in Jesaja 53:7 geschreven dat Jezus Zijn mond niet
opendeed en zweeg - in mishandeling, voor zijn scheerders en toen Hij ter
slachting werd geleid. "Hij werd mishandeld, maar Hij liet Zich verdrukken en
deed Zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als
een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij zijn mond niet open"
(Jes. 53:7).
De mens die in dergelijke situaties niet weet te zwijgen, kan nimmer een
geestelijk leider zijn.
De tegenstand die wij ondervinden is één manier waarop God ons geloof
beproefd om te zien of we Hem de situatie toevertrouwen of deze in eigen hand
houden.
Vertaling: Gerard Schröder
|