|
God had grote plannen in Zijn hart met Adam en Eva, toen Hij hen schiep.
Maar deze plannen konden niet worden gerealiseerd zonder dat zij beproefd werden.
Daarom plaatste Hij een aantrekkelijke boom in het Hof van Eden met sappig
fruit, de boom van kennis van goed en kwaad genaamd. En Hij verbood Adam en
Eva ervan te eten. Het falen van Adam en Eva in het Hof van Eden was
voornamelijk een falen in geloof. Geloof is het volkomen leunen van de hele
persoonlijkheid van de mens op God, in volkomen vertrouwen in Zijn volmaakte
wijsheid, liefde en kracht. Eva faalde in zo'n vertrouwen in God en kon daarom
door Satan verleidt worden om Gods gebod ongehoorzaam te worden. Satan wierp een
smet voor Eva op Gods wijsheid door te suggereren dat God hun niet toestond
van die ene boom te eten. God had Adam geen bepaalde reden gegeven waarom het
verboden was. Geloof heeft nooit een verklaring nodig om God te gehoorzamen.
Het is ons verstand dat eerst vraagt om een uitleg. Gehoorzaamheid aan God moet
altijd een gehoorzaamheid van geloof zijn, nooit een gehoorzaamheid op grond
van een verklaring.
Paulus zegt dat hij geroepen was om "geloofsgehoorzaamheid (te brengen) onder
alle heidenen" (Rom. 1:5). Hij schrijft ook "de prediking van Jezus Christus...
onder alle heidenen……om hen allen tot geloofsgehoorzaamheid te brengen" (Rom.
16:25,26). Ons verstand is de vijand van geloof, zoals dat duidelijk staat in
Spreuken 3:5: "Vertouw op de Heere met uw ganse hart (niet 'hoofd') en steun op
uw eigen inzicht niet". De wijsheid van God is verborgen voor de wijzen en
verstandigen maar wordt geopenbaard door de Geest aan hen die eenvoudig geloven,
net als kleine kinderen. Jezus zei:" Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van
de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze
aan jonge kinderen hebt geopenbaard" (Matt. 11:25). Ons verstand is een goede
knecht maar een slechte meester; en daarom is zijn door God aangewezen plaats,
als dienstknecht van de geest van de mens - en de geest van de mens zelf
onderworpen aan de Heilige Geest.
God gaf Adam geen reden waarom hij niet kon eten van de verboden boom, omdat
Hij het geloof van Adam wilde laten groeien. En op dit gebied komt ook als
eerste Gods beproeving tot ons. Kunnen wij Hem gehoorzamen, ook als Hij ons
roept iets te doen wat we niet begrijpen? Hoe reageren wij als God ons roept om
iets te doen dat we met ons verstand als iets onnodig ervaren?
Toen de Heere Jezus Petrus vroeg uit de boot te stappen en op het water te
lopen, was die opdracht tegengesteld aan alles wat het verstand van Petrus kon
bedenken. Maar als hij zijn verstand was gevolgd, zou hij nooit dat wonder
ervaren hebben. Men kan vele van zulke voorbeelden aanhalen uit de Schriften.
En hier ligt de oorzaak van de krachteloosheid van vele christenen en waarom
vele gelovigen nooit Gods bovennatuurlijke werking in hun leven ervaren. Ze
leven door het verstand en niet in geloof.
Geloof is ook een volkomen vertrouwen in Gods liefde. Satan suggereerde aan
Eva dat Gods liefde voor hen niet volkomen was, en dat Hij daarom hen die
heerlijke vruchten ontzegde. Als Eva door geloof had leren leven en niet door
het verstand, zou ze hem geantwoord hebben: "Luister Satan, ik weet niet waarom
God ons verboden heeft van die vrucht te eten. Maar ik ben van één ding zeker
- dat God heel veel van ons houdt; en daarom ben ik er zeker van dat Hij nooit
één goed ding ons zou ontzeggen. Dus, als Hij deze vrucht verboden heeft, moet
er wel een hele goede reden voor zijn, wat ons welzijn op het oog heeft". Dat
zou het antwoord in geloof zijn geweest. Maar in plaats daarvan viel ze voor de
leugen van de duivel. Het is alleen het schild van geloof in Gods volmaakte
liefde dat "alle vurige pijlen van de boze zal kunnen uitblussen" (Efeze 6:16).
Alle ontmoediging en depressie zijn het resultaat van een leven geleid door
ons verstand en niet uit geloof. Alle bezorgdheid en vrees hebben hun wortels in
dezelfde oorzaak. God staat toe dat we beproefd worden - om verzocht te worden,
om te twijfelen aan Zijn liefde, wanneer Hij de "gevoelens" van Zijn
tegenwoordigheid van ons wegneemt - zodat we leren sterk te worden in geloof.
Zo groeien we op tot volwassenheid en kan Hij Zijn plan voor ons volvoeren.
God maakte die boom van kennis van goed en kwaad aantrekkelijk, want zo
alleen konden Adam en Eva beproefd worden. Zouden ze zoiets aantrekkelijks
afwijzen, ten gunste van God? Of zouden ze God afwijzen en kiezen wat hen zelf
behaagden? Dit is ook de keuze die wij moeten maken in de momenten van
verzoeking. Daarom heeft God toegestaan dat verzoeking zo aantrekkelijk kan zijn.
Het is daar waar we een werkelijk aantrekkelijk iets afwijzen, iets wat op ons
een bijzondere aantrekkingskracht heeft en waarvan we weten dat het ons het
nodige plezier zal geven, dat we bewijzen God werkelijk lief te hebben met heel
ons hart.
Het is op deze manier dat we ons geloof in Gods volmaakte liefde bewijzen -
gelovende dat wat God heeft verboden, Hij dat in volmaakte liefde doet en voor
onze bestwil heeft gedaan. Zo wordt elke verzoeking tot zonde en tot
ongehoorzaamheid aan God een beproeving van ons geloof. In geloof leven is er
zeker van zijn dat elk gebod van God komt, uit Zijn hart vol met volkomen liefde
dat het allerbeste met ons voor heeft. Toen God de Israëlieten de Tien Geboden
gaf, vertelde Mozes hen "God is gekomen om u op de proef te stellen" (Exodus
20:20). Deuteronomium 33:2,3: "in Zijn rechterhand was een vurige wet voor hen.
Ja, Hij heeft de volken lief!". Zouden ze geloven dat deze vurige wet een teken
was van Gods liefde voor hen? Dat was de beproeving. Daar waar Eva faalde in
haar vertrouwen in God, faalden ook de Israëlieten en zij waren ongehoorzaam
aan de geboden.
Maar juist op dit gebied heeft Jezus overwonnen. Hij leefde in geloof. Elke
verzoeking die Satan bracht in de wildernis werd weerlegd met het eenvoudige
antwoord: "Er staat geschreven….". Jezus leefde in gehoorzaamheid aan het hele
woord van God.
Gods Woord is in volmaakte liefde aan de mens gegeven en Jezus gehoorzaamde
het in geloof. Zo is Hij onze Leidsman geworden. Als we verlangen om Gods
kinderen effectief te dienen, is het essentieel dat ook wij door geloof leven -
en ons geloof bewijzen door een volkomen gehoorzaamheid aan Gods geboden. Zo
alléén kunnen we voorbeelden voor anderen zijn.
Vertaling: Gerard Schröder
|