English
Het Woord voor De Week
4. Mai 2009
Zelf-gerichtheid leidt tot geestelijke dood - Zac Poonen
(Self Centredness Leads To Spiritual Death)

We zullen nooit de vreugde kunnen smaken van de bevrijding van ons zelfleven (ons ik-gerichte leven) voordat we iets gaan zien van de totale verdorvenheid hiervan. Laten we de oudste zoon beschouwen (in de gelijkenis in Lukas 15), want hij is, dan wie dan ook, wellicht het beste voorbeeld in de Bijbel van de totale verdorvenheid van ons zelfleven. De jongste zoon in de gelijkenis wordt doorgaans beschouwd als de slechtste van de twee jongens. Maar als we wat beter de oudste zoon beschouwen, zullen we ontdekken dat hij net zo slecht was in de ogen van God, zoniet slechter. Het is waar dat hij niet de zonde deed, waarin zijn jongere broer viel. Maar zijn hart was verkeerd en zelf-gericht.

Het menselijk hart is in de grondslag in ieder individu hetzelfde. Als de Bijbel het menselijk hart beschrijft als arglistig boven alles en verderfelijk (Jer. 17:9), dan verwijst het naar ieder kind van Adam. De beschaving in de maatschappij, bewaring tegen de zonde en een beschermde opvoeding mogen ons voor de grove zonde bewaard hebben waarin anderen zijn gevallen. Maar we kunnen ons daarom niet beschouwen als beter dan anderen. Want als wij aan dezelfde aandrang bloot gesteld waren als zij, zouden uiteindelijk ook wij ongetwijfeld dezelfde zonden hebben gedaan. Het kan een vernederend feit voor ons zijn dit te erkennen, maar het is de waarheid. Hoe eerder wij dit feit onder ogen zien, hoe eerder we bevrijding kunnen ervaren. Paulus erkende dat er geen goed woonde in zijn vlees (Rom. 8:17). Dat was zijn eerste stap tot vrijmaking (Rom. 8:2).

Mensen beoordelen de buitenkant en noemen sommigen goed en anderen slecht. Maar God ziet het hart aan en ziet alle mensen in dezelfde staat. De Bijbel leert ons de totale verdorvenheid van alle mensen. Zie Romeinen 3:10-12 bijvoorbeeld: "Er is niemand rechtvaardig (en in het geval dat wij hier denken aan een overdrijving, gaat het als volgt verder), ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één". Romeinen 3:10-20 somt de schuld van het menselijk geslacht op - zowel van de niet-religieuze als de religieuze mens. In Romeinen 1:18-32 vinden we een beschrijving van de "jongste zoon" - naar het zichtbare de immorele en goddeloze mens. In Romeinen 2 vinden we het portret van de "oudste zoon" - de religieuze mens die net zo'n grote zondaar is. Na deze twee categorieën mensen beschreven te hebben, vat de Heilige Geest de zaak samen door aan te duiden dat beide groepen even schuldig zijn. Er is geen verschil tussen de één of de andere. De mens is waarlijk totaal verdorven; en als God zich niet neerbuigt en iets doet voor de mens, is er zeer zeker geen hoop.

De oudste zoon (Lukas 15:25-32) kan gesymboliseerd worden als een christelijk werker. Als de vader in het verhaal een afbeelding van God is, dan is het legitiem om deze zoon te beschouwen als een type van een actief christen - want we zien hem in de gelijkenis thuis komen na een dag van werk op het land van zijn vader. Hier hebben we geen luie, jonge man, die thuis zit en de rijkdommen van zijn vader geniet. Hier zien we iemand die hard werkte voor zijn vader, één die het ons doet voorkomen dat hij zijn vader meer liefhad dan zijn jongere broer - want uiteindelijk heeft hij niet het ouderlijk huis verlaten en de rijkdommen van zijn vader verkwist, zoals de jongste zoon. Hij lijkt meer toegewijd, maar tegelijkertijd, zoals we zullen zien, net zo zelfzuchtig als zijn jongere broer. Het is het beeld van een gelovige die actief is in het werk van de Heere, ogenschijnlijk vol toewijding, maar waar alles nog draait om hemzelf.

God schiep deze wereld met ingebouwde wetmatigheden. Als deze wetten overtreden worden, resulteert dat, in welke vorm dan ook, in verlies of schade. Denk bijvoorbeeld aan één van deze wetten: God stelde het zo in dat de aarde rondom de zon draait. Stelt u zich voor dat de aarde een eigen wil had en op een dag besloot dat hij de zon niet langer als zijn middelpunt wilde hebben, maar alleen om zijn eigen as zou draaien. Dan zou daar geen afwisseling van seizoenen meer zijn en al snel zou het leven op aarde vergaan. Dood zou dan rondgrijpen. Op dezelfde wijze was Adam geschapen om zijn middelpunt te hebben in God. De dag dat Hij weigerde God als zijn Middelpunt te hebben en koos om zichzelf tot middelpunt te verheffen - dit is de betekenis van zijn keuze om van de boom te eten die God verboden had - stierf hij, zoals God hem gezegd had.

Hierin ligt een les voor ons: in de mate waarin ons christelijk leven en dienst gecentreerd zijn in onszelf, is de mate waarin wij geestelijke doodsheid zullen ervaren - ondanks het feit dat we wederom geboren zijn en ons fundamentalisme. En geheel onbewust, zullen we ook geestelijke doodsheid naar andere bedienen. We kunnen een reputatie hebben als een goede en ijverige werker voor de Vader (zoals de oudste zoon misschien genoot), maar toch nog steeds de vermaning van de Heere nodig hebben: "Ik weet dat u de naam hebt dat u een levende en actieve (christen) bent, maar u bent dood" (Openbaring 3:1, Engelse LB-vertaling). Dit is een tragische maar reëel gevaar in christelijk werk. Menig christelijk werker leeft voor de reputatie die hij voor zichzelf opgebouwd heeft. Terwijl anderen tegen hem opkijken, is hij vaak onwetend van het feit, dat God hem in een totaal ander licht ziet. Terwijl hij zelf nooit vrijgemaakt is van zelf-gerichtheid is hij onmachtig om anderen daarvan te bevrijden - zelfs als hij heel mooi kan spreken! En zo komt er een waarschuwing tot ons door het verhaal van de oudste zoon.

God staat vaak moeilijke tijden in ons leven toe, opdat we ons corrupte zelfleven gaan ontdekken, zodat we onszelf leren zien zoals we werkelijk zijn. Het is relatief gemakkelijk om ons als geestelijk te beschouwen als onze omstandigheden makkelijk zijn. Als er geen problemen zijn om op te lossen, niemand die ons irriteert, als alles van een leien dakje gaat en er een vriendschappelijke sfeer heerst onder onze medewerkers, kunnen we onszelf misleiden over de ware toestand van ons hart. Wacht totdat we medewerkers hebben die ons irriteren, of een buurman die ons voortdurend ergert, en het laklaagje van onze geestelijkheid verdwijnt. Ons zelfleven openbaart zich dan in al zijn lelijkheid.

Dit is wat de oudste zoon overkwam. Toen zijn jongere broer de eer kreeg raakte hij van streek. Niemand had ooit gedacht dat deze oudste zoon zich zo vol wervel zou gedragen. Hij leek al die tijd zo'n aardig persoon. Maar hij had een dergelijke moeilijke situatie nog niet eerder onder ogen gezien. Nu werd zijn ware aard openbaar. Het was niet deze aanleiding zelf die hem slecht maakte. Nee. Deze situatie bracht slechts aan de oppervlakte wat er al die tijd al van binnen zat.

Amy Carmichael heeft gezegd: "Een kopje vol met zoet water kan zelfs niet één druppeltje bitter water morsen, als het plotseling gestoten wordt". Als er bitter water uit ons leven en van onze lippen voortkomt, is het omdat het er al die tijd al geweest is. Het is niet de provocatie of de irritatie dat ons bitter of ongeestelijk maakt. Dit brengt alleen aan de oppervlakte wat er al die tijd al bij ons van binnen zat. En daarom moet het ons met diepe dankbaar vervullen jegens God, dat Hij zulke omstandigheden in ons leven toestaat, zodat we de verdorvenheid van onze eigen natuur gaan zien. Als zulke omstandigheden zich niet zouden voordoen, zouden we ons nooit realiseren dat er een bron van verdorvenheid binnen in ons is, en dat er geen enkel goeds in ons vlees woont.

Dit leert ons ook dat onderdrukking geen overwinning is. Iemand kan in woede uitbarsten in een lastige situatie, terwijl een ander (met een beetje meer zelfbeheersing) in dezelfde situatie alleen van binnen kookt van woede, zonder enig stoom te laten ontsnappen via zijn lippen! In de ogen van mensen heeft deze tweede persoon waarschijnlijk een reputatie van nederig te zijn. Maar God die de harten ziet, weet dat beide personen van binnen van woede kookten en beschouwt hen beiden als even slecht. Het resultaat in hun uiterlijk gedrag was slechts een verschil van temperament, dat er voor God niet toe doet. Als onderdrukking overwinning zou zijn, dan lijken de verkopers de meest Christus-gelijkvormige mensen die ik ooit ontmoet heb! Het maakt niet uit hoeveel geduld klanten van hen vragen, ze houden een vriendelijke houding tegenover de klant, ter wille van hun zaken - ook al koken ze van binnen! Nee, onderdrukking is geen overwinning. God wil niet dat wij alleen voordoen alsof we vrijgemaakt en geestelijk zijn - maar ook daadwerkelijk vrijgemaakt zijn. Paulus zei:"…niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij…" (Gal. 2:20). Op dit punt wil God ons brengen.

Eindverantwoordelijke vertaling: Gerard Schröder

   
Index | Contact

© 2009 Copyright - Christian Fellowship Church , Bangalore. (INDIA)